Klabam

Klabam! Twee keer per week groet de deur van de sportschool me met die gewelddadige oneliner. Alsof de industriële hal me toeschreeuwt: “Zweten godverdomme, tot de laatste druppel uit dat stramme lijf is geperst! Of sterf als een vadsige IT-nerd!”
Mijn dagelijkse beweging bestaat verder vooral uit de barre tocht van twee en een halve kilometer naar kantoor en terug en de gang van mijn workstation naar de koffieautomaat en de plee. Aangezien ik de motoriek van een goedkope Barbie heb, zijn er weinig sporten waar ik een goed figuur bij sla. En wat dat figuur aangaat, ik heb er geen behoefte aan om net zo’n dikke paardenreet te kweken als Ariëlle. Maar ja, da’s ook zo’n typemiep die denkt dat configureren een programma op de wasmachine is.
“Ik heb je al ingecheckt.”
Ik schrik op, kijk recht in de heldergroene ogen van Renee en smelt als een zelfgemaakt aardbeienwaterijsje op de vensterbank van een doorzomerse vinexwoning.

Ik smelt voor jou als waterijsjes
Aardbei, peer, citroen
Trage, verlegen, zoete stroompjes
Ik kan er niks aan doen

Dick Bruna-poëzie alleen voor haar. Nog niet zo slecht voor een C++ programmeur dacht ik. Zij krijgt het niet te lezen, never! Voor lul staan doe ik liever voor de minder interessante medemens.
“Oh, thanks”.
Ik stop met pulken aan de pasjes in mijn portemonnee. Het begint me te dagen dat het minder ongemakkelijk is als ik nu in beweging kom. Ik fabriceer een scheve glimlach op mijn gezicht en loop naar de kleedruimte.

Even later gooi ik mijn handdoek over de leuning van het Nordic Walking-apparaat, of hoe dat ding ook mag heten. Half uurtje cardio. Het hele mechanisme komt in beweging als ik mijn voeten een voor een op de pedalen zet. Een van de loopstokken scheert langs mijn hoofd terwijl ik mijn balans zoek. Vlug loer ik de zaal in op zoek naar honende grimassen van de kudde breedgeschouderde eiwitbuffels, maar ze pompen onverstoorbaar verder alsof ik niet besta. Ik spuug een haarsliert van mijn lippen, houd met een hand de linker stok vast en veeg met de andere het lange haar uit mijn gezicht. Weer vergeten om een staart te maken. Wel een aanrader met die zweetkop van mij. Maar met losse haren is het makkelijker gluren naar mijn muze achter de bar. Beats schallen paranoïde achter elkaar aan door de hoge betonnen ruimte. Nadat ik een vlak programma heb opgezocht op het touch screen zet ik mijn iPod aan. Confront me unholy ones. Bastard saints scorn of the earth. Tegelijk met Morbid Angel zet ik mijn tredmolen in beweging en zink weg in een monotone langlaufmodus. Een half uur lang wals ik met Renee in een moshpit terwijl ze me onverstaanbare liefdesproclamaties toeschreeuwt, speel ik gepassioneerd mee op haar luchtgitaar – haar hoofd in haar nek en op mijn schouder, maken we hand in hand buikschuivers door de warme modder van de festivalweide. Tot een flikkerend beeldscherm mijn hallucinatie kapot prikt. Ik langlauf een minuutje in langzame tred door tot het apparaat stilstaat. Als ik de plakkerige slierten stro uit mijn gezicht veeg, lacht Renee hartelijk om een opmerking van een gorilla die relaxed met een hand tegen de bar leunt. Ze hangt schokkend op haar ellebogen over de bar, haar tieten hossen vrolijk mee.

De airco in de hal kan de drukkende zomer maar moeizaam weerstand bieden. Ik trek de wanhopige Vietnamese kindertjes van mijn bezwete bovenlijf, die nog altijd op de vlucht zijn op mijn schraal gewassen Nepalm Death-shirt. Op de automatische piloot vind ik mijn weg naar het volgende martelwerktuig. Ik stel de zitting op de goede hoogte af en duw de pin in een lager gewicht, meer dan genoeg om mijn borstspieren te ver uit elkaar te trekken. Ondertussen vraag ik me af waarom zo’n atletische chick überhaupt ook maar een klein beetje interesse in mij zou hebben. Terwijl ik moeizaam mijn handen voor mijn gezicht naar elkaar toe druk, gonst de wijsheid van goeroe Josh door mijn hoofd. “Vraag ‘r gewoon mee uit. Ga iets leuks met ‘r doen, iets originelers dan eten of een biertje bij de Drinkers.” Die eikel had het feilloos door, zonder dat ik er een woord over gezegd had. Ik schrok van zijn treffende observatie. Blijkbaar ben ik doorzichtiger dan ik had gehoopt.
“Jij hebt makkelijk lullen, met je Brad Pitt-bakkes.” Meer verweer kon ik niet uitbrengen.
“Je buurt elke week met ‘r aan de bar. Ik weet zeker dat ze meer interesse heeft in jouw technologie-bla dan in opgepompte spiermassa’s.” Zou het?
Intussen zat ik al aan het derde apparaat platte kilo’s te sjorren. We hadden in de afgelopen maanden inderdaad leuke gesprekjes gevoerd aan de bar. Nietszeggend geleuter, maar toch. Die Aquarius Lemon-pauzes maakten dit hele fitnessgedoe iets draaglijker. En ondertussen wist ik toch mooi dat ze maar twee jaar jonger is dan ik, dat ze architectuur gestudeerd heeft en dat ze van die paranoïde kutmuziek houdt. Maar om haar dan ook maar effe mee uit te vragen … Dan schijt ik in mijn broek, man. Alleen al bij het idee dat ze nee zal zeggen, wil ik ver door de grond zakken. Dan emigreer ik naar een godvergeten oord ver van deze verdomde sportschool. En mijn abonnement loopt nog zeker een jaar.

Ik ben blij dat Josh deze week voor zijn werk in Noorwegen zit. Vorige week sloeg die casanova me met één zin knock out. “Óf je doet iets, óf je blijft de rest van je leven een beetje zielig zitten dromen.” Die opmerking maakt me nog steeds woedend, van machteloosheid. Ik durf toch godverdomme niet! Het gewicht aan de stang bijt in mijn schouders en onderarmen. Nog drie …, nog tw … twee … nog een, “AAAAARGH!” Klabam! Ik voel de ogen in mijn rug priemen. Renee kijkt me vragend aan onder het glazenspoelen.
“So, lukt het een beetje Hulk Hogan?” roept ze lacherig. Ik hijg uit met mijn blik op mijn schoenen. Fuck it, dan maar pauze. Ik sta op en gris mijn handdoek van de zitting. Nonchalant laat ik me op een barkruk vallen met een hand in mijn zak. Het briefje met de tekst, die ik thuis voor de spiegel heb geoefend, plakt tegen de gladde stof.
“Aquarius?” Ik knik zonder haar aan te kijken.
“Veel te warm om aan die apparaten te sleuren.” Mijn stem is schor van de zenuwen. Wat ga ik toch verdomme doen.
“Je moet maar een hobby hebben hè.” Haar glimlach laat me gloeien als een barbecue.
“Je zou ook bijvoorbeeld Ottomaanse bouwkunst kunnen gaan bezichtigen in dit soort hitte.” Wat is dat nou weer voor een opmerking? What ever, van mij mag ze de grootste onzin uitkramen. Als ze het maar tegen mij doet. Bouwkunst; het woord alarmeert mijn frontale kwab. Kom Pino, dit is een aanknopingspunt. Vraag het, vraag het nu! Ik pak het flesje sportdrank op, maar mijn hand trilt zo heftig dat ik het weer terugzet op de bar.
“Hé, maar eh …” De woorden komen uit mijn strot als die van een verstokte telefoonhijger. Ik schraap mijn keel. “Vraagje:”
Ze leunt met twee handen op de metalen rand van het tapblad en kijkt me verwachtingsvol aan.
“Reneetje, schatteboutje!” Een te hard opgepompte Actionman met een zijscheiding zwiert joviaal door de ingang en spreidt zijn armen.
“Effe wachten.” Ze zet drie passen en stort zich dan triomfantelijk in de gespierde armen.
“Lennon, hoe is het met jouw dan?”
Ja, lekker dan, dat heb ik weer! Wil ik voor mijn greatest moment gaan, komt er zo’n … Klotezooi! Ik pluk het flesje van de bar en druip af om een nieuwe spiergroep te pijnigen.

Wat haal ik me ook in mijn hoofd? Die chick zit echt niet op mij te wachten. Doordrenkt van frustratie en zelfverachting trap ik mijn lijf naar achter op de net iets te zwaar ingestelde legpress. Vraag Ariëlle gewoon mee uit. Hartstikke lief wijf. Zonder haar backoffice stelt ons hele bedrijf geen reet voor. Ik grinnik om de onbedoelde knipogen naar haar lichaamsrondingen. Shit, die vrouw verdient beter. Stoïcijns werk ik mijn programma af op de machines from hell, gesteund door een flinke dosis death metal. Ik negeer de bar en alles wat daarbij hoort.
Rest me nog een verplichte stop voordat ik deze avond ver weg kan stoppen in mijn geheugen. Zonder oogcontact en zonder een woord leg ik geld op de bar voor mijn consumptie. Ik kijk door de deur naar buiten. Het is gaan regenen, dwars door de zonnestralen heen.
“Sorry voor daarstraks”, zegt Renee terwijl ze mijn wisselgeld aanreikt. “Was een oud klasgenootje. Lang niet gezien. Maar wat wilde je vragen?” Er golft een schok door mijn lijf, mijn knieën voelen plotseling slap, mijn handen trillen. Fuck, ze vraagt …
“Ja, eh,” piep ik terug. Ik zoek met twee handen steun aan de bar. “Het Energiehuis … opening … er is een feestje, dj’s en zo, je weet wel. Ik dacht architectonisch gezien. Misschien wil je mee?” Man man, het hoge woord is eruit!
“Die opening bij het cultuurcluster bedoel je? Ja, tof lijkt me dat! Maar wat heb jij dan met cultuur en bouwkunst?”
“Techlab. Zit er ook in”, wurm ik uit mijn bek. Ze kijkt een ogenblik dwars door me heen.
“Ja, is goed. Lijkt me leuk.” Ik krijg het bloedheet.
“Wanneer is dat precies?”
“Volgend weekend,” antwoord ik met vaste stem.
“Oei, dan zit ik met mijn vriendinnetje in Istanbul. Drie jaar verkering”, glundert ze. Klabam! Een voltreffer, die zag ik niet aankomen.
“Oh, jammer.” Verdoofd loop ik naar buiten.
“We kunnen wel een andere keer gaan kijken?” Haar woorden zweven ver achter me in een ander universum. Boven de stad buigt een regenboog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.